Realistisch rekenen

Waarom gaat het toch zo vaak mis met rekenen? Dat kan ik aan de hand van een eenvoudig voorbeeld laten zien. Er is ooit bedacht dat rekenonderwijs op de belevingswereld van kinderen aan moest sluiten. Een nobel streven, maar helaas hebben ze dit niet duidelijk uitgelegd aan de illustratoren.
Voorbeeld: Bij een opgave ligt een stripboek op een stickervel. De opdracht is: hoeveel stickers? Wat gaat hier mis? In de eerste plaats leidt het tekeningetje ongelofelijk af. Een soort Packman poppetje eet chips of is het een draak die vuurspuwt? Ah, bijna vakantie, we gaan lekker naar de Efteling naar Joris met de draak. Een stripboek met een hondje kan ook talloze associaties opleveren. Waar een methode leuk wil aansluiten bij de belevingswereld van een kind, wordt het doel van de som uit het oog verloren. En dan de opgave zelf. Een stripboek dat zo groot is als 4 stickers is niet erg realistisch, om dat te zien hoef je geen rekenwonder te zijn. En dan nog de vraagstelling. Hoeveel stickers? Hoeveel stickers wat? Hoeveel stickers zie je niet? Hoeveel stickers zie je in totaal? Hoeveel stickers denk je dat er weg zijn? Want ja.. ook daar kunnen verschillende antwoorden op zijn. Maar liefst 7 goede antwoorden. Het is maar net hoe je het leest. Mijn oproep is dan ook om te stoppen met het “opleuken” van de werkboeken. En.. laat je als school alsjeblieft niet verleiden tot de aanschaf van het kleurrijkste boek met de leukste tekeningen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *